![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Biografie
DIRK JANSZ. ZWART (24.9.1917 - 27.3.2002)
In zijn functioneren als organist bleef de muzikale nalatenschap van zijn vader Jan Zwart altijd een belangrijke rol spelen. Er waren weinig concerten waarop een werk van zijn vader ontbrak, en ook in woord en geschrift bleef hij waardering vragen voor het werk van zijn vader. Daarnaast heeft hij een groot aantal werken van Jan Zwart genoteerd en uitgegeven (in samenwerking met Feike Asma), èn van enkele reeds gepubliceerde werken verbeterde edities gemaakt. Op hoge leeftijd nog maakte hij opnames van het complete orgelwerk van Jan Zwart (dat nog op CD zal verschijnen). Zelf was Dirk Jansz. Zwart een componist van bescheiden kaliber. Hij schreef een aantal kleine en grotere bewerkingen van psalmen en gezangen voor orgel, en enkele werken voor koor. De eerste werden in later jaren opnieuw uitgegeven door zijn eigen 'Bureau voor koraalmuziek'. Tot zijn beste stukken behoren 'Introïtus, trio, toccata en koraal over psalm 105', 'Introductie, fugato en koraal Psalm 147' en de Fantasie over het oud-Hollandse lied 'Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk'. Behalve organist was hij vanaf 1938 dirigent van zangkoren. Eerst in de Zaanstreek, later in Delft (o.a. de Christelijke Oratorium Vereniging 'Halleluja') en Rotterdam (o.a. de oratoriumkoren 'Sursum Corda' en later 'Com nu met sang'. Met deze koren voerde hij in de loop der jaren vele grote oratoria uit, zoals The Messiah, Paulus, Die Schöpfung en Die Jahreszeiten. In Delft was hij gedurende enige jaren werkzaam als muziekrecensent voor de Delftsche Courant. ![]() Binnen zijn eigen kerkgenootschap heeft hij zich - als lid van een zgn. 'deputaatschap' - gedurende meer dan twintig jaren ingezet voor de totstandkoming van een nieuwe psalmberijming en - later - een nieuwe gezangenbundel. Het deed hem verdriet dat het klimaat voor het zingen van gezangen in de jaren '70 en '80 nog slecht was. Hij genoot er dan ook intens van dat er in de jaren '90 in zijn 'eigen' kerk een cantorij kwam (die werd geleid door zijn zoon Dirk) en dat ook het klimaat voor het zingen van nieuwe gezangen langzaamaan veranderde. Over het juiste tempo van het zingen van psalmen schreef hij een serie musicologische artikelen, waarvan hij de inzichten later verwerkte in zijn boek Het kerklied. Om het behoud (1981). In Rotterdam was hij ook muziekleraar aan enkele middelbare scholen (Gereformeerde Scholengemeenschap Rotterdam; Reformatorische Scholengemeenschap Guido de Brès). Dirk Jansz. Zwart was ten slotte ook actief als adviseur inzake orgelrestauratie en orgelbouw, en was een van de eersten die in de jaren '50 de bouw van mechanische sleeplade-orgels in Nederland propageerde, een orgeltype dat inmiddels gemeengoed is. In tal van kerkgebouwen over heel Nederland bevinden zich orgels die door hem 'geadviseerd' zijn. Een overzicht daarvan is in voorbereiding. Dirk Jansz. Zwart vierde tijdens zijn loopbaan diverse jubilea. In 1978 was hij 40 jaar organist/toonkunstenaar. Bij zijn vijftigjarig jubileum als toonkunstenaar in 1988 werd hij koninklijk onderscheiden met een benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Bij zijn veertigjarig jubileum als organist in zijn eigen Simonstraatkerk, in 1993, ontving hij de Erasmusspeld van de gemeente Rotterdam. Hij bleef tot op hoge leeftijd actief als musicus, totdat in 2000 zijn vrouw ernstig ziek werd en hij zich geheel wijdde aan haar verzorging. In de loop van 2001 nam zijn eigen gezondheid af. Hij overleed op 27 maart 2002, in zijn huis in Ommoord. Hij werd begraven op begraafplaats Crooswijk. Dirk Jansz. Zwart en Rotterdam Sinds zijn komst naar Rotterdam in 1953 maakte Dirk Jansz. Zwart deel uit van het Rotterdamse muziekleven, met uitvoeringen van oratoria in o.a. de Rivièra-hal van Diergaarde Blijdorp en later in De Doelen, en met vele orgelconcerten in de Simonstraatkerk, maar ook in de Wilhelminakerk, de Koninginnekerk, de Breepleinkerk, de Laurenskerk en diverse andere kerken. Hij hield van Rotterdam. Geboeid als hij was door geschiedenis, hield hij van alles wat er nog aan 'historie' bewaard gebleven was en is: niet alleen van bekende oude gebouwen, maar ook van plukjes oude huizen aan de Schiekade of de Noordsingel... Maar hij genoot ook van nieuwe gebouwen die allure en grootse plannen uitstraalden. Hij woonde met zijn gezin achtereenvolgens aan de Schiedamseweg, de Nolensstraat en de Boreelstraat (Blijdorp), waarna hij verhuisde naar Ommoord. Vandaaruit reisde hij bijna dagelijks met de metro of de trein naar zijn kerk in Rotterdam-Centrum, onderweg graag een praatje makend met medereizigers, of verdiept in een boek. In later jaren genoot hij van het Oude Noorden in Rotterdam, waar zijn jongste zoon en schoondochter woonden. Daar lagen voor hem bovendien speciale herinneringen: zijn vader had er, als jongen, gewoond. Diens vader had een drukkerij gehad aan de Noordsingel. In de buurt rond de Zwartjanstraat lagen voor zijn gevoel heel wat voetstappen van zijn vader. Dirk Jansz. Zwart heeft er de zijne aan toegevoegd. Dirk Zwart
Terug naar boven |
||||||||||||||||||||||||||||